BD.7161
7 juli 1958
Niets kan vergaan - De poort van de dood - Het ware
Vaderland
Dat zult u, mensen, nooit mogen vergeten: dat Ik een Heer
ben over leven en dood, dat uit Mij alle Kracht stroomt, die voor het
leven noodzakelijk is en dat Ik ook zo'n leven kan beëindigen,
doordat Ik hem Mijn Kracht ontneem. Daar Ik nu echter Zelf de Oerbron
ben van alle Kracht, zo zal het ook met Mijn Oerwezen overeenstemmen,
altijd alleen leven te schenken, het dode terug te leiden naar het leven,
want de toestand van de dood, dus algehele krachteloosheid, beantwoordt
niet aan Mijn Oerwezen en kan daarom ook nooit van Mijn kant uit gewild
zijn. Ik heb wel de Macht te vernietigen, wat Ik eens liet ontstaan en
dit zou gelijk zijn aan een wezen de algehele dood te geven. Maar ook
dit stemt niet overeen met Mijn Volmaaktheid eenmaal genomen besluiten
omver te werpen of te veranderen.
Wat eenmaal uit Mijn Kracht is ontstaan, wat door Mijn Wil en Mijn Macht
tot leven werd gewekt, blijft ook eeuwig bestaan, alleen kan zijn gesteldheid
veranderen, omdat het wezen daar zelf over beslist. Het wezen kan zich
dus zelf de dood aandoen en toch is het niet zelf over zich de baas, integendeel,
Ik ben de Heer, ook over de dood. Dat wil zeggen: Ik laat het niet toe,
dat het wezen zich eeuwig in de zelf gekozen toestand van doodzijn bevindt.
Ik rust niet eerder, dan tot het weer tot leven is gekomen, want op den
duur kan niets Mijn Kracht en Macht weerstaan en zelfs Mijn tegenstander,
die eertijds die verandering van leven naar dood heeft veroorzaakt, kan
Mij niet verhinderen de levenskracht toch eens weer het wezen toe te voeren,
het dus van dood te wekken tot leven.
Ik ben de Gebieder over leven en dood en zo bepaal Ik ook Zelf het uur,
waarin het menselijk lichaam, het tijdelijke omhulsel van het geestelijke
wezen, dit laatste vrijgeeft, waarin dus ook een "dood" het
lichamelijke leven beëindigt, maar deze dood is weer alleen slechts
een wisseling van de uiterlijke vorm. Want datgene, wat eens uit Mij is
voortgekomen, kan eeuwig niet vergaan, het is niet onderworpen aan de
wet van de dood, dat wel al het materieel-aardse is beschoren, maar niet
het "geestelijke" in de aardse vorm. Maar ook het uur van
de aardse dood bepaal Ik Zelf, als de mens zelf zich niet openlijk tegen
Mij verzet en zijn leven zelf beëindigt en daardoor wel de toestand
des doods weer eindeloos verlengt, maar nooit zijn bestaan kan beëindigen.
En als u nu de zekerheid hebt, dat u nooit meer kunt vergaan en dat ook
de duur van uw aardse leven door Mij is bepaald, leg dan getroost alles
in Mijn Handen, want Ik weet waarlijk, wat voor u "leven"
betekent en hoe u dit leven zult kunnen bereiken. Ik weet ook, dat u pas
door de poort des doods kunt binnengaan in het leven, maar elke poort
des doods is slechts een heel natuurlijke gebeurtenis, zonder welke een
echt leven niet is in te denken. Nog vertoeft u op aarde, maar uw ware
Vaderland is het geestelijke rijk en de stap uit het eerstgenoemde in
dit rijk moet gezet worden. Maar dan is het leven onverwoestbaar, dan
is Kracht, Licht en Vrijheid uw deel en dan pas zult u naar waarheid gelukzalig
zijn en blijven voor eeuwig.
Amen |