Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.8026
25 oktober 1961

Geestelijk dieptepunt - Motivatie van de ontbinding

Er is een grote geestelijke vervlakking waar te nemen, want de mensen tonen weinig belangstelling voor de gebeurtenissen die zich op het geestelijk vlak afspelen. Ze schenken alleen aandacht aan het wereldgebeuren en de gevolgen daarvan op hun lichamelijk leven, ze zijn alleen met aardse gedachten vervuld en hebben geen enkele verbinding met de geestelijke wereld. Hun gedachten zijn zelden - maar bij de meesten helemaal niet - op het rijk gericht dat niet van deze wereld is. Ze geloven slechts wat ze kunnen zien, ze staan echter ongelovig tegenover al het geestelijke beleven. Ze geloven niet aan Mij, anders zouden ze ook met Mij verbinding zoeken, met Mij, hun God en Schepper van eeuwigheid.

Al het geestelijke is voor hen onwerkelijk en daarom houden ze zich er ook niet mee bezig - en worden ze door hun medemensen in gesprekken gewikkeld die Mij tot inhoud hebben, dan wijzen ze die af en geven hun ongeloof ook openlijk toe. Ze hebben geen geestelijke binding omdat de aardse materie hen geketend houdt - en met deze aan Mijn tegenstander, aan wie ze door hun wil toebehoren en van wie ze zich ook niet proberen los te maken.

En dit grote lage geestelijke niveau is ook een van de redenen voor het einde van de oude aarde, het einde van een verlossingsperiode die een ontbinding vraagt van de aardse schepping. Want de aarde moet een scholingsplaats zijn van het geestelijke dat als mens over de aarde gaat. Maar op het geestelijke in de mens wordt geen acht meer geslagen, de mens beschouwt zijn aardse leven alleen nog maar als doel op zichzelf en hij voldoet daarom niet aan zijn eigenlijke opgave, hij komt zijn bestemming op aarde niet na. Hij laat de geestelijke ontwikkeling van zijn ziel buiten beschouwing - hij leeft in totale onwetendheid over zijn opdracht op aarde - en hij zal dit weten daarover ook nooit verkrijgen, omdat hij er zichzelf tegen verweert uitsluitsel te verkrijgen. Hij wijst alle opheldering of onderrichting af die hem van de kant van gelovige mensen gegeven wordt, maar door dwang kan hij niet tot inzicht worden gebracht, omdat dit indruist tegen Mijn Liefde en Wijsheid.

En daarom wend Ik nog vóór het einde andere middelen aan om tenminste nog diegenen aanleiding tot nadenken te geven die nog niet geheel aan Mijn tegenstander ten prooi zijn gevallen. Deze middelen zullen weliswaar zeer pijnlijk zijn, omdat de mensen, door het noodlot bepaald, hard moeten worden getroffen, opdat ze tot bezinning komen en de weg naar Mij nemen. Ze zullen in de grootste nood geraken en aards geen hulp meer durven verwachten - dan pas is het mogelijk dat ze aan de Macht denken Die hen geschapen heeft. Dan pas is het mogelijk dat ze vanuit het diepst van hun hart om deze Macht roepen - en dan zal Ik waarlijk ook hun roep horen en verhoren. Ik zal Mij dan door openlijke hulp aan hen openbaren, door redding uit hun nood.

Maar op woorden die slechts door de lippen gesproken worden let Ik niet - alleen een gebed uit het hart, een gebed in geest en in waarheid zal bij Mij verhoring vinden, omdat Ik nog iedere ziel wil redden die serieus naar Mij verlangt, opdat ze niet weer verloren gaat voor eindeloos lange tijden.

De geestelijke vervlakking van de mensen is aanleiding tot zware slagen van het noodlot die nog over de mensen zullen uitbreken om hun denken te veranderen, zover als dit maar mogelijk is. De vergankelijkheid van aardse goederen laat nog velen tot bezinning komen en ernstig de eigen toestand van hun ziel overdenken. Maar steeds blijft de wil vrij, de weg naar Mij moeten ze daarom helemaal onbeïnvloed nemen. Maar voor hen is hun redding zeker wanneer ze deze weg gaan, maar het gaat alleen om het heil van hun zielen, niet om hun lichamelijk welzijn.

Het gaat alleen maar daarom, dat ze Mij Zelf erkennen, dat ze in Mij geloven, wat ze bewijzen door een roep naar Mij in geest en in waarheid. Ze zullen dan gered zijn voor het verderf, ze zullen door Mijn liefdevolle Vaderhand worden vastgepakt en aan de handen van Mijn tegenstander ontrukt, die tegenover de vrije wil van de mens machteloos is, omdat hij daardoor zijn aanspraken op deze ziel verliest.

En waarlijk, ieder mens is gezegend die nog voor het einde Mijn zijde kiest, die in zijn nood z'n toevlucht neemt tot Mij en zich door Mijn Liefde laat vastpakken. Want Ik zal hem niet meer laten vallen en hij zal Mij eeuwig dankbaar zijn dat Ik tot aan het einde om zijn ziel geworsteld heb - dat Mijn Liefde niets onbeproefd liet, om haar voor eeuwig te winnen.

Amen