BD.8033
5 november 1961
Het aanstaande natuurgebeuren
Reeds binnen afzienbare tijd zult u de waarheid ondervinden
van Mijn woord, want Ik zal spreken door de krachten der natuur zoals
Ik het gedurig heb verkondigd. Mijn stem zal u dan niet kunnen ontgaan,
want zij weerklinkt geweldig en brengt de gehele wereld in oproer. En
het gebeuren is, ofschoon plaatselijk begrensd, van zulk een geweldige
omvang dat het ieder wezen zal ontzetten zelfs als het hem later ter kennis
wordt gebracht. Want in het begin zijn de landstreken die daardoor getroffen
zijn geheel afgesneden van de buitenwereld. Een onheilspellend zwijgen
zal over het gebied van de catastrofe liggen, omdat alle verbindingen
naar buiten zolang verbroken zijn tot de eerste ontzetting over is. Pas
dan zal de rest van de wereld vernemen dat er iets verschrikkelijks is
voorgevallen, waar zij echter niets van wisten.
Maar de mensheid moet door Mij zo scherp toegesproken worden omdat zij
zich doof houdt voor het zachte aanspreken van Mij. De mensen geloven
niet in Mijn woord dat hun van boven toekomt en hun door Mijn boden wordt
verkondigd. Daarom moet Ik Mij Zelf zo uiten dat Mijn stem niemand zal
kunnen ontgaan, en Ik moet dus over de mensen een gericht laten komen
waaraan veel mensen ten offer zullen vallen. Maar zij mogen desondanks
Mijn liefde en genade ervaren, wegens het vroegtijdig beëindigde
leven. U moet dus de waarheid van Mijn woord erkennen en dan uw wil actief
laten worden, want uw wil zal ook na deze catastrofe vrij kunnen beslissen
omdat Ik hem niet dwing zich tot Mij te keren.
Maar dit ontzettende natuurgebeuren kan er toe bijdragen dat nog veel
mensen Mij vinden, omdat de nood zo groot is dat van geen enkele kant
redding is te verwachten. Wat echter onmogelijk lijkt, is bij Mij toch
mogelijk. En als de mens daaraan denkt en tot Mij roept in geest en waarheid,
dan zal hij ook een wonderbaarlijke hulp ervaren. Want Ik zal Mij aan
hem zo duidelijk openbaren dat hij de macht en ook de liefde inziet van
zijn God en Schepper, en zich dan wendt tot Mij in diep geloof en ootmoedige
overgave.
En niets laat Ik onbeproefd wat nog zielen terug kan brengen tot Mij,
ofschoon Ik weet hoe moeilijk zij te winnen zijn. Juist daarom moet Ik
zulke ongewone reddingsmiddelen gebruiken die voor u mensen gruwelijk
lijken, maar van Mijn kant bekeken daden van liefde zijn. Want Ik wil
deze zielen waarvan alleen Ik de omstandigheden ken ook nog redden. Ik
wil ze niet in handen laten vallen van Mijn tegenstander, die hen een
veel erger lot wil bereiden dan het grootste aardse leed ooit kan zijn.
U mensen moet geloven dat steeds Mijn liefde aanleiding is voor alles
wat er gebeurt, of door Mij wordt toegelaten. En Ik neem Mij ieders lot
ter harte want niemand is voor Mij te gering of te onrijp: Ik zorg veelmeer
voor alle mensen die thans op de aarde leven, omdat Ik hen wil helpen
tot de uiteindelijke voltooiing. Ik wil ze dus bewaren voor het lot van
de hernieuwde kluistering in de materie. Ik wil bereiken dat uw gedachten
zich tot Mij keren opdat u het laatste verderf ontgaat, namelijk hernieuwd
gekluisterd te worden in de scheppingen van de nieuwe aarde.
En al is Mijn ingrijpen nog zo verschrikkelijk voor de mensen in de getroffen
gebieden, Mijn liefde tot u rechtvaardigt het, want geestelijk gezien
is het een "daad van redding" en geen "act van verdoeming"
Wat u in de wereld verliest is nietig tegenover de grote winst die uw
ziel kan behalen. En moet u daarbij uw leven verliezen, dan kunt u toch
rekenen op Mijn erbarmen. U verkrijgt dan in het hiernamaals de gelegenheid
om tot het licht te komen en ten Hoge te stijgen. Want op aarde was u
met zekerheid aan Mijn tegenstander vervallen, en daarvoor wil Ik u, die
Ik nog voor verandering vatbaar weet, bewaren. Maar de tijd tot het einde
is nog maar kort, en het zal komen niet lang na Mijn ingrijpen. Ik wil
u echter eerst nog een teken geven als een laatste vermaning en waarschuwing.
Dat teken zal weliswaar zeer smartelijk ingrijpen in het leven van talloze
mensen, maar zal het geloof in Mijn woorden versterken. En daardoor kunnen
zij zich op het einde voorbereiden wat niet lang daarna volgen zal.
Amen |