Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.8189
31 mei 1962

De hemelvaart van Christus

Mijn missie op aarde was volbracht toen Ik ten Hemel opvoer. Ik had de wereld verlost van zonde en dood, Ik was verrezen en aan Mijn discipelen verschenen om hen te sterken, om de weg te kunnen gaan van de verkondiging van het evangelie der liefde. Ik was Zelf doorstroomd van licht en kracht en kon nu de aarde verlaten om weer in te gaan in Mijn rijk, vanwaar Ik gekomen was, namelijk het rijk van licht en zaligheid.

Mijn lichaam was verheerlijkt, het was Mijn geestelijk kleed dat niet meer aan de natuurwet gebonden was, maar Mijn lichaam kon nu vertoeven op die plaatsen waar Mijn wil zijn wilde. Het lichaam was Geest zoals de Geest van Mijn Vader van eeuwigheid, Die ook niet aan een vorm gebonden was, maar het gehele heelal vervulde en dus ook Mijzelf, de mens Jezus Die de Eeuwige Godheid in Zich had opgenomen om haar een menselijke omhulling te geven die Zij nodig had - omdat Zij temidden van de mensen wilde wonen. Deze omhulling was echter aan de wetten der natuur onderworpen en moest daarom eerst een hoge graad van rijpheid verwerven, om de Eeuwige Godheid in Zich op te kunnen nemen.

Nu was Mijn missie geëindigd en van de gebeurtenis van de hemelvaart moest ook getuigd worden, want dit was de bekroning, dit was het bewijs voor de mensen dat Ik een werk van totale omvorming aan Mijzelf had volbracht dat ook zichtbaar te bewijzen was. Want alle natuurwetten schoof Ik opzij toen Ik opvoer ten Hemel, en Ik omhulde Mij met alle glorie en was voor Mijn discipelen toch zichtbaar.

Ik gaf hun de kracht Mij te kunnen aanschouwen, anders waren zij waarlijk vergaan. Echter alleen die discipelen mochten Mij zien die reeds innig met Mij verbonden waren door hun liefde, en dus al een graad van rijpheid bezaten die zulk een aanschouwen mogelijk maakte. En zo keren er ook sommige zielen in dezelfde toestand terug in het lichtrijk, en ook voor dezen is het mogelijk Mij te aanschouwen in glans en heerlijkheid - omdat hun staat van rijpheid een geestelijk aanschouwen toelaat. Ook voor hen is er dan geen beperking meer. Ook zij zullen met glorie omkleed zijn en God mogen aanschouwen van aangezicht tot aangezicht, en zich nu in hun oerelement bevinden - in de liefde, die licht en kracht tegelijk is. Dat is hun geestelijk kleed dat elke ziel mag omdoen zodra zij het aardse leven verlaat, en geheel voltooid het rijk hierna binnengaat.

U moet dit geloven en mag niet twijfelen aan de liefde en macht van uw God en vader, Die u allen eens zaligheden zal schenken, die u zich zo lang u nog op aarde bent niet voor kunt stellen. Ik heb u echter een voorbeeld gegeven van wat een mens bereiken kan door een leven in onzelfzuchtige naastenliefde, en hoe zijn lot gewaarborgd is als hij altijd volgens Mijn wil geleefd heeft op de aarde. Wanneer zijn levenswandel een verandering van zijn wezen tot liefde tengevolge heeft dat nu gelijk is aan Mijn oorspronkelijke Wezen, en daarom ook in glans en heerlijkheid - zal stralen en zichtbaar is voor allen die dezelfde graad van voltooiing hebben. Die zich dan met Mij verenigd hebben en voor wie Ik een Wezen ben Dat licht en kracht uitstraalt en dit zal blijven tot in alle eeuwigheid.

Mijn hemelvaart heeft werkelijk plaatsgevonden. De mens Jezus heeft het laatste bewijs van Zijn Goddelijkheid op aarde gegeven toen Hij in stralende volheid van licht deze aarde verliet, en in het rijk terugkeerde van waar Zijn Ziel was uitgegaan. Want Hij kwam uit het rijk van het licht. Hij was bij God en keerde weer tot God terug, Wiens kind Hij was en bleef en met Wie Hij Zich geheel had samengesmolten. En dus was de hemelvaart het laatste bewijs dat Ik niet van deze aarde was, maar hier neergedaald ben uit een rijk van licht en heerlijkheid, dat nu ook weer Mijn bestemming was en dat ook voor eeuwig uw doel zal zijn en blijven. Want ook u moet terugkeren tot het licht, u zult door de vereniging met Mij weer Mijn licht en kracht in al haar volheid mogen aannemen en zodoende verrijzen en opvaren ten Hemel in uw ware Vaderland.

Amen