BD.8219 Het "recht zetten" van het geestelijke in het einde Het uur van vereffening komt waarin ieder mens zich verantwoorden
moet voor zijn Rechter, want eens moet de orde weer tot stand gebracht
worden en ieder mens zal zich moeten verantwoorden die deze ordening van
eeuwigheid heeft overtreden. Er zal een rechtvaardige uitspraak worden
geveld en iedere ziel zal het lot toebedeeld krijgen dat zij zichzelf
heeft bereid. Het door de vorm gegaane geestelijke wordt daarheen verplaatst
waarheen het naar zijn graad van rijpheid behoort. De oude schepping wordt
opgelost, dat wil zeggen al haar vormen worden veranderd in scheppingswerken
van geheel andere aard. Het onverloste geestelijke wordt in deze nieuwe
vormen geplaatst om weer de weg van verlossing te beginnen, of voort te
zetten volgens zijn graad van rijpheid. Nog zijn de mensen bezig naar
eigen lust en vreugde en zij worden daarin niet gehinderd, al is hun doen
nog zo goddeloos. Maar er zal spoedig een einde aan komen en u mensen
zult niet meer naar eigen wil kunnen werken, want de tijd is verstreken
waarin u voor uw zielenheil bezig kon zijn. U hebt de tijd niet benut
naar de wil van God maar het omhulsel om de ziel nog versterkt, u hebt
uzelf dat lot bereid omdat u meer en meer aan de materie verslaafd bent.
Daarom zult u ook weer tot materie worden, terwijl u deze reeds lang overwonnen
had. Eenmaal moet de wet van de eeuwige ordening weer vervuld worden en
al het geestelijke dat als mens over de aarde gaat moet opnieuw gevormd
worden, want de positieve ontwikkeling moet doorgaan vanaf waar ze werd
onderbroken. Ook moet het geestelijke dat als mens op aarde gefaald heeft
weer opnieuw de mogelijkheid verkrijgen zich in te passen in het terugvoeringsproces,
en ofschoon dit een uiterst hard oordeel genoemd kan worden is het toch
overeenkomstig de vrije wil van de mens. Zijn vrije wil heeft hij op de
aarde misbruikt, wat weer de hernieuwde kluistering van zijn ziel in de
materie tengevolge heeft. Zij wordt weer opgelost en moet de eindeloos
lange weg door de schepping weer afleggen, tot zij weer het stadium van
menszijn binnengaat. |